Over creativiteit en conversie

Wat zijn ze creatief, de studenten die momenteel de cursus Mediawijsheid volgen aan Tilburg University. Alle groepen zijn bezig met het bedenken van een strategie om invulling te geven aan ‚de conversie’ uit het college van Peter Mohnen. Mooi om te zien hoe betrokken ze zijn bij de gekozen goede doelen. So far, so good. En toch: waarom is de conversie naar onderwijs 3.0 zo lastig? 

Die vraag laat me niet los. In deze cursus proberen we voor de studenten een omgeving te creëren waarin zij zich op een andere manier kunnen en durven ontwikkelen. Toch lijkt het erop dat de studenten het ingewikkeld blijven vinden: zelf vorm en inhoud geven aan een project. Dat is geen verwijt, want wij (de bedenkers) realiseren ons dat we de gouden cursusformule nog niet hebben gevonden. We trachten de studenten op verschillende manieren te faciliteren, zonder directief te zijn. Maar slagen er (daardoor?) niet altijd in om voldoende duidelijk te maken wat de bedoeling is.

Voorbeeld

Een voorbeeld. In het college-overzicht hebben we een stappenplan opgenomen. Stap 3 luidt: „Formuleer jullie strategie m.b.v. het handboek en de input van het college van Rudy van Belkom.” Wat gebeurde er tot mijn verbazing? Alle groepen maakten voor hun project een uitgebreide TACTICS-analyse, een methode uit het (hand)boek van Van Belkom waarbij stap voor stap wordt gewerkt aan een betekenisvol en geloofwaardig imago. De letters in TACTICS staan voor transparent, authentic, consistent, trustworthy, interactive, conscious en service-oriented.

Is het erg dat de studenten deze analyse gemaakt hebben, ook al was het de vraag niet? Nee, geenszins. Het maken van zo’n analyse is een nuttige oefening die voor de projecten zelf (deels) waardevolle input oplevert. Het helpt ook bij het formuleren van de boodschappen die deel moeten uitmaken van de mediastrategie. Maar daar wringt de schoen: de in stap 3 gevraagde strategie is, hopelijk inmiddels was, bij geen van de groepen nog ontwikkeld, zo bleek tijdens college 6 op 9 maart.

Concreet houvast

In eerste instantie begreep ik er niets van. Waarom zoveel tijd besteden aan iets wat we helemaal niet gevraagd hebben, terwijl de mediastrategie schreeuwt om aandacht? Inmiddels is me duidelijk dat hier, naar mijn idee, twee dingen samenvallen: de opdracht in stap 3 was niet helder genoeg en het maken van genoemde analyse bood de studenten juist wel concreet houvast. Die kans hebben ze dus gegrepen.

Dat brengt me bij de vraag: hoe komt het dat concrete, meestal top-down gegeven opdrachten vaak de voorkeur krijgen boven vraagstukken waarbij de oplossingsrichting sterk afhankelijk is van de eigen inbreng? Het ‚u vraagt, wij draaien’-principe past toch niet meer in het huidige tijdsbeeld en het huidige onderwijs?

Ik vrees ervoor. Blijkbaar zijn veel andere cursussen en docenten juist wel gericht op traditionele toets- en collegevormen en vinden veel studenten dat prima. Waar wij als cursusleiding doen alsof er (deels) al sprake zou zijn van onderwijs 2.0 – waarbij we willen opschuiven naar 3.0 – is voor de studenten onderwijs 1.0 waarschijnlijk nog steeds de dagelijkse norm. We slaan in deze cursus enerzijds ‚generations’ over en hinken anderzijds zelf op meer gedachten. Onderstaande tabel illustreert dat.

eduction3

Bron: Educatorstechnology.com

Verwarrend

Waar de studenten bijvoorbeeld (in eerste instantie) qua gedrag nog ‚largely passive absorptive’ zijn (waren), vraagt onze cursus meer om de ‚active, strong sense of ownership, co-creation and active voice’. Waar het gaat om de ‚content arrangements’ daarentegen brengen we de studenten in verwarring door een handboek te verbinden aan de cursus, hoe 1.0 is dat? Ook als ik kijk naar de andere karakteristieken in de tabel, denk ik dat de studenten met deze cursusopzet op onderdelen opeens van 1.0 naar 3.0 onderwijs hebben moeten schakelen, terwijl we tegelijkertijd zelf deels (kijk naar de vorm van de colleges bijvoorbeeld en het stappenplan in het college-overzicht) weer erg 1.0 acteren. Of moeten acteren, zoals met de e-learning omgeving die binnen Tilburg University, in mijn ogen, tamelijk basaal is.

Dat we gekozen hebben voor het bieden van concrete handvatten, is bewust. Toen Hans van Driel de cursus Mediawijsheid vorig jaar volledig flipte, waren de uitkomsten van de evaluatie vrij dodelijk – zo schrijft hij op zijn blog. Daarvan hebben we dus geleerd dat helemaal loslaten en teveel eigen verantwoordelijkheid niet werkt. Toch lijkt ook de huidige aanpak te wringen. Daar waar we sturing geven, helpt het de studenten onvoldoende verder en daar waar we loslaten is de stap voor de studenten juist weer erg groot. In dit licht bezien constateer ik ook dat sommige groepen veel tijd en werk steken in ‚veilige en concrete’ zaken, zoals samenvattingen maken van hoofdstukken uit het handboek en het bedenken en produceren van middelen. Terwijl de strategische kant, zoals al aangegeven, daardoor het kind van de rekening lijkt te worden. Is onze aanpak daar debet aan? We zeggen enerzijds wat ze allemaal moeten doen (het stappenplan) en vragen anderzijds veel eigen initiatief en een kritische, onderzoekende houding. Dat is paradoxaal en kan een bron voor verwarring zijn, die de door ons zo gewenste ‚conversie’ naar 3.0 denken en doen eerder bemoeilijkt dan faciliteert. Zeker als andere cursussen nog uitgaan van de docent als ‚primary source of knowlegde’ met ‚learning activities’ die traditioneel zijn.

Op dit moment denk ik dat we teveel hebben aangenomen dat ‚het 3.0 kwartje’ bij de studenten als vanzelf zou vallen. Hadden we in de eerste colleges niet meer aandacht moeten en kunnen besteden aan de totale opzet van de cursus? Aan het principe van vrijheid binnen (vloeibare) kaders? Hoe dan ook, het is een mooie zoektocht.

Onderzoekende houding

Tot slot, toen we in college 1 de rode draad van de cursus toelichtten, kwam de vraag „En wat is er precies wetenschappelijk aan deze opzet?” Ons antwoord leek de twijfel weg te nemen: je dient alle stappen en resultaten wetenschappelijk te onderbouwen: wat is de strategie, waarom is daarvoor gekozen, wat werkt wel en niet (en waarom)?

Intrigerend om te zien dat het juist dit punt is waar de groepen kansen laten liggen. In hun reflecties verwijzen de studenten vrijwel alleen naar het handboek. Tijdens het laatste college (op 16 maart) wees ik ze erop dat ze echt hun keuzes breder moeten onderbouwen. Een wetenschappelijke instelling vereist immers meer dan eenzijdige bronvermelding. Dat leidde tot nogal wat schrik: „Moeten we nu ook nog op zoek naar andere bronnen?” En gemopper, want het was allemaal al zoveel werk. Volgens Hans was mijn feedback overigens veel te streng – en daar schrok ik dan weer behoorlijk van.

Van der Rijst et al. (2007) onderscheiden in een onderzoek naar wat onder een wetenschappelijke, onderzoekende houding wordt verstaan een aantal ‘neigingen’:

  • willen begrijpen
  • willen bereiken
  • willen delen
  • kritisch willen zijn
  • vernieuwend willen zijn
  • en willen weten

Daarover is hier meer te lezen. Een van de aspecten van ‚kritisch willen zijn’ is een kritische instelling naar o.a. bronnen. Als student aan een universiteit moet je zaken van verschillende kanten willen bekijken en verschillende opvattingen willen kennen. Daar is nog werk aan de winkel. In andere opzichten zijn de studenten juist wel erg kritisch, bijvoorbeeld in hun peer reviews en de feedback naar ons.

Ook met veel van de andere ‚neigingen’ zit het bij deze studenten al meer dan snor. Daarmee ben ik weer terug bij het begin van deze blog. Ik geniet van de betrokkenheid en creativiteit die de studenten aan de dag leggen. Daardoor weet ik zeker: ‚The best is yet to come’.

 

 

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *