Over genialiteit, (generatie) dynamiek en loslaten

Voor het tijdschrift “Voor de verandering”, een uitgave van Quinter veranderstrategen, interviewde ik prof. dr. Erik Scherder.

In het artikel dat ik vervolgens schreef, wordt veranderen gekoppeld aan neuropsychologie. Dat leidt tot drie concrete inzichten die kunnen helpen om vorm te geven aan verandering:
1. Maak gebruik van generatiedynamiek
2. Blijf letterlijk en figuurlijk in beweging
3. Creativiteit en loslaten gaan hand in hand

Het tijdschrift verschijnt dit najaar, maar het artikel is hier alvast te lezen.

Reacties

  1. Roemer Visser zegt

    Leuk, prikkelend artikel. Ik moet wel zeggen dat er twee argumenten een beetje door elkaar heen lijken te lopen.

    Enerzijds wordt er gezegd, blijf jong van geest, door te bewegen, door je te laten prikkelen (ook door de jongere generaties), en door te blijven vernieuwen. Dat advies is goud waard want als 40-plusser zie ik veel te veel mensen om me heen die vast zijn geroest in hun routines zonder het zelf te zien.

    Anderzijds wordt er eigenlijk beweerd dat alles wat jong en spontaan is, waardevol is (want dat is immers de basis van het genie). Volgens mij is dit een manifestatie van een basisveronderstelling die je in Nederland overal ziet – dat alles wat nieuw is, beter is. We zijn nu helemaal vol van de start-ups. Zo is er ook het nieuwe werken, zelfs het nieuwe pinnen. Deze voorliefde voor het nieuwe verschuilt een duistere keerzijde: namelijk dat het oude heeft afgedaan. Als alleen jonge mensen geniaal kunnen zijn, kunnen oude mensen dat dus niet. Deze breed gedragen fascinatie met het nieuwe heeft, naar mijn mening, een houding naar niet-jongeren opgeleverd die ronduit schadelijk is, met o.a. leeftijdsdiscriminatie tot gevolg. Om maar niet te spreken van de gevestigde waarheid dat je met je 65ste uitgerangeerd moet worden.

    En wat je dan krijgt is een hele generatie ouderen (waar je die grens dan ook legt – in dit geval blijkbaar 30) die dat ook gaan geloven. Die echt denken dat ze niet creatief meer zijn, dat hun piek achter ze ligt, dat het een kwestie is van aftellen totdat ze achter de geraniums worden weggezet. En de paradox is natuurlijk dat dit beeld juist die routine in de hand werkt die elders in het artikel (terecht) aan de kaak wordt gesteld. Dus de manier waarop we soms over de jongeren zwijmelen (“de kinderen moeten het bestuur in want ze zijn zo lekker impulsief!”) drukt de ouderen juist de hoek in waarvan we zelf net zeggen dat ze daar niet moeten zijn. Want zeg nou zelf, als je hersenen niet meer volwaardig meedraaien omdat je de 30 bent gepasseerd, waarom zou je dan uberhaupt nog gaan wandelen?

    Ik zou er voorstander van zijn om het positieve als uitgangspunt te nemen, namelijk dat niet-jongeren wel degelijk creatief zijn – mits ze natuurlijk vol in het leven (durven) staan. Dat het de levenspatronen zijn die je de das omdoen, en de keuzes die je maakt, maar niet de beperkingen die je door je eigen biologie worden opgelegd. Als je dat lukt, is mijn overtuiging dat mensen zich vanzelf veel opener en nieuwsgieriger opstellen naar mensen van de jongere generaties, van andere beroepsgroepen, nationaliteiten, etc.

    Wij kunnen het ons niet permitteren om openheid, nieuwsgierigheid en creativiteit alleen aan de jongeren toe te schrijven. Als we de uitdaging aangaan om deze eigenschappen ook aan de niet-jongeren toe te schrijven, gaan we vanzelf daar het bewijs van zien. Zo zouden we tenslotte zelf toch ook benaderd willen worden?

  2. Cecile Janssen zegt

    Beste Roemer, dank voor je reactie! Ik ga mijn eigen tekst nog eens goed lezen, omdat ik eerlijk gezegd wel verbaasd ben dat je het artikel deels zo negatief uitlegt. Hoezo schrijf ik openheid, nieuwsgierigheid en creativiteit alleen aan jongeren toe? Je kunt hoogstens zeggen dat ik vind dat ouderen zichzelf uitrangeren als ze vasthouden aan ingesleten gewoonten, niet durven loslaten en verandering vermijden of blokkeren. Blijf jezelf uitdagen en omarm verandering is het devies. Als we tijdens ons leven onze hersenen (en ons lijf) flexibeler en leniger houden, worden we gezonder en gelukkiger oud. Jong en oud kunnen elkaar juist versterken – niet voor niets pleit ik voor generatiedynamiek. Er staat overigens ook nergens dat je hersenen niet meer volwaardig meedraaien als je ouder dan dertig bent – wel dat de hersenen, eenmaal volgroeid, zorgen voor steeds meer controle op emoties. Dat is nodig in het leven edoch de moraal van de uitspraak “geniaal zijn kan alleen voor je dertigste” is wat mij betreft: geef wat vaker wilde ideeën een kans. Of je nu 10, 30 of 80 bent.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *